Skip to content
Alle optiegidsen
Macro-economie en werk11 min leestijd

NAIRU en natuurlijke werkloosheid: schattingen goed lezen

Lees wat de NAIRU betekent, hoe zij verschilt van gemeten werkloosheid en waarom de werkloosheidskloof onzeker is.

In deze gids1. Een gemeten percentage is iets anders dan een geschatte grens

Korte samenvatting

De NAIRU is een geschatte referentiewaarde voor werkloosheid die binnen een bepaald model samenhangt met inflatie die niet steeds sneller oploopt. Je kunt dit percentage niet rechtstreeks waarnemen; het is ook niet automatisch hetzelfde als de natuurlijke of niet-cyclische werkloosheid van een instantie. U-3 is het belangrijkste enquêtecijfer voor werkloosheid in de VS; de NAIRU en natuurlijke werkloosheid zijn bredere modelbegrippen die ook op andere landen kunnen worden toegepast. Het verschil tussen gemeten werkloosheid en zo’n schatting is een analytische vergelijking, geen inflatieprognose.

1. Een gemeten percentage is iets anders dan een geschatte grens

Het Amerikaanse hoofdpercentage voor werkloosheid, U-3, wordt berekend met de Current Population Survey: het aantal mensen dat volgens de enquête werkloos is, gedeeld door de beroepsbevolking. Het is een statistiek op basis van waarnemingen en vaste telregels. De NAIRU wordt daarentegen uit gegevens en economische modellen afgeleid. De NAIRU en natuurlijke werkloosheid zijn bredere modelbegrippen die met gegevens uit verschillende landen kunnen worden geschat. De enquête vraagt mensen niet of zij tot de NAIRU behoren.

Beide getallen kunnen als percentage worden geschreven, maar meten niet hetzelfde. U-3 beschrijft de werkloosheid volgens de officiële definitie; de NAIRU is een modelmatige referentie waarmee onderzoekers de ontwikkeling van inflatie kunnen bespreken. De voorbeelden hieronder gebruiken U-3 uit de VS. Voor een vergelijking met andere landen moet je eerst de leeftijdsgrenzen en meetregels voor werkloosheid gelijk trekken.

2. NAIRU, natuurlijke en niet-cyclische werkloosheid

NAIRU staat voor het werkloosheidspercentage waarbij de inflatie niet versnelt. In een eenvoudig model is het verschil tussen de werkelijke werkloosheid en deze grens één factor die de druk op prijzen en lonen kan helpen verklaren, naast inflatieverwachtingen en andere omstandigheden. De NAIRU zelf zegt niet automatisch hoeveel de inflatie zal veranderen.

De term “natuurlijke werkloosheid” legt meer nadruk op kenmerken en fricties van de arbeidsmarkt die ook buiten schommelingen in de totale vraag bestaan. Frederic Mishkin, voormalig bestuurder van de Federal Reserve, schrijft dat beide termen vaak door elkaar worden gebruikt, maar niet volkomen gelijk zijn. De natuurlijke werkloosheid is het niveau waarbij de inflatie naar de langetermijnverwachting beweegt; de oorspronkelijke definitie van de NAIRU is het niveau waarbij de inflatie niet de neiging heeft omhoog of omlaag te gaan. Afhankelijk van de schokken in de economie kunnen de twee uiteenlopen. {source:frbMishkinPotentialOutput2007}

In zijn presentatie uit 2023 definieert het Amerikaanse Congressional Budget Office (CBO) de “niet-cyclische werkloosheid” als werkloosheid door alle oorzaken behalve schommelingen in de totale vraag. Deze werkdefinitie en de beschreven schattingsmethode horen bij het analysekader van het CBO. Andere instanties kunnen voor andere perioden of doelen een structureel percentage of NAIRU schatten. Controleer de definitie van de bron in plaats van alleen op de naam af te gaan. {source:cboNoncyclicalRate2023}

3. Niet-cyclische werkloosheid heeft meerdere bronnen

Ook zonder recessie kost het tijd om een nieuwe baan te vinden. Iemand kan vertrekken om werk te zoeken dat beter past; een afgestudeerde kan naar de eerste baan zoeken; een werknemer uit een krimpende sector kan omscholing of een verhuizing nodig hebben. Ondertussen ontstaan en verdwijnen banen, en een geschikte kandidaat komt niet altijd meteen bij de juiste vacature terecht.

Een CBO-werkdocument uit 2007 noemt het ontstaan en verdwijnen van banen, personeelsverloop en de snelheid waarmee werkzoekenden aan vacatures worden gekoppeld als factoren die de natuurlijke werkloosheid beïnvloeden. Ook kenmerken van werknemers en banen en de efficiëntie van het zoek- en matchingproces spelen mee. Een andere leeftijdsopbouw van de beroepsbevolking of verschuivingen tussen bedrijfstakken kunnen de geschatte referentiewaarde veranderen, zelfs als de conjunctuur vergelijkbaar is. {source:cboNaturalRate2007}

“Niet-cyclisch” betekent niet dat de reden van iedere werkloze met zekerheid kan worden ingedeeld, of dat structurele werkloosheid voor altijd gelijk blijft. Een zwakke vraag kan het zoeken verlengen en een mismatch tussen vaardigheden, locatie en vacatures vergroten. Deze begrippen helpen de arbeidsmarkt als geheel te analyseren; ze zijn geen definitief etiket voor een individu.

Tekstloze illustratie van werknemers die tussen werkplekken bewegen, met twee iets verschoven doorschijnende referentiebanden en een gearceerd bereik.
De verschoven banden verbeelden alternatieve schattingen van een werkloosheidsreferentie; het gearceerde bereik staat voor onzekerheid. Deze conceptillustratie bevat geen woorden of cijfers.

4. Hoe schatten instanties een niet-waargenomen referentie?

Een aanpak schat het verband tussen inflatie en werkloosheid met een Phillips-curve, waarin verwachtingen en aanbodfactoren kunnen worden meegenomen. Het model leidt af welk werkloosheidsniveau samengaat met inflatie die niet versnelt. De uitkomst hangt af van de periode, de manier waarop verwachtingen worden gemeten en de behandeling van schokken in bijvoorbeeld energieprijzen. Het historische verband hoeft bovendien niet constant te blijven als de economie verandert.

In zijn presentatie uit 2023 beschreef het CBO een schatting met referentiepercentages voor 516 demografische groepen, gewogen naar hun aandeel in de beroepsbevolking. Dezelfde presentatie besprak een alternatief dat perioden met stabiele prijzen gebruikt om een niet-waargenomen trend per groep van de conjunctuur te scheiden; dat alternatief werd toen nog beoordeeld. Dit geeft de CBO-methode en de status op dat moment weer, geen definitieve nieuwe maatstaf of universele formule. {source:cboNoncyclicalRate2023}

Instanties kunnen dus verschillende uitkomsten publiceren zonder dat één ervan per se verkeerd is. Hun gegevens, aannames, tijdshorizon en doel verschillen mogelijk. Meer cijfers achter de komma betekenen niet dat het economische begrip nauwkeuriger is waargenomen.

5. Leg de formule en het teken van de kloof vast

Deze uitleg definieert de werkloosheidskloof als volgt:

Werkloosheidskloof = gemeten werkloosheid − geschatte referentiewerkloosheid

Een positieve uitkomst betekent dat het gemeten percentage boven de gekozen referentie ligt. Een negatieve uitkomst betekent dat het eronder ligt. Sommige rapporten gebruiken de omgekeerde aftreksom. Controleer dus de formule voordat je het teken uitlegt. Het verschil tussen twee percentages druk je uit in procentpunten.

Stel dat U-3 hypothetisch 4,6% is. Bij een geschatte referentie van 4,2% bedraagt de kloof 4,6% − 4,2% = +0,4 procentpunt. Als een ander model de referentie op 5,0% schat, wordt de kloof 4,6% − 5,0% = −0,4 procentpunt. De gemeten werkloosheid is niet veranderd; de referentie wel.

De percentages 4,2% en 5,0% zijn verzonnen om de berekening te laten zien, geen actuele schattingen voor de VS. Een positieve kloof voorspelt niet vanzelf dat de inflatie daalt, en een negatieve kloof bewijst niet dat de inflatie versnelt. Geen van beide referentiewaarden is op zichzelf een inflatieprognose.

6. Schattingen zijn onzeker en worden herzien

De NAIRU is een gevolgtrekking uit gegevens over de arbeidsmarkt en inflatie, geen exact waarneembaar getal. Mishkin waarschuwt dat er aanzienlijke statistische onzekerheid rond de NAIRU bestaat en dat de schatting afzonderlijk weinig houvast biedt om inflatiedruk in real time te beoordelen. Aannames over verwachtingen, aanbodschokken en structurele veranderingen beïnvloeden de uitkomst. {source:frbMishkinPotentialOutput2007}

Jerome Powell vergeleek beoordelingen van de natuurlijke werkloosheid die beleidsmakers destijds hadden met latere schattingen op basis van nieuwe gegevens. Zulke beoordelingen kunnen sterk veranderen zodra meer informatie beschikbaar komt. Een recent herziene reeks is dus niet automatisch de waarde die beleidsmakers op dat moment konden kennen. {source:fedPowellMonetaryPolicyChangingEconomy2018}

Nieuwe waarnemingen en de gegevensversie die voor een bepaalde datum wordt gebruikt, kunnen historische schattingen veranderen. Ook de keuze van model of definitie, plus parameters en periode, kan de referentiewaarde en de berekende kloof wijzigen. Een grafiek van vandaag kan daardoor een andere schatting tonen dan beleidsmakers destijds konden gebruiken.

7. Geen nulwerkloosheid of vast beleidsdoel

Het woord “natuurlijk” kan klinken als een onvermijdelijk of maatschappelijk gewenst niveau. Dat is niet de bedoeling. Volledige werkgelegenheid betekent geen nulwerkloosheid en is niet hetzelfde als één afzonderlijke NAIRU-schatting of een universeel percentage. De NAIRU is een schatting voor een specifieke economie, periode en methode, geen algemeen beleidsdoel.

Bekijk naast de kloof ook werkgelegenheid, arbeidsparticipatie, gewerkte uren, lonen, vacatures en de tijd die mensen nodig hebben om werk te vinden. Powell benadrukte dat beleidsmakers meerdere indicatoren meenemen omdat schattingen van de natuurlijke werkloosheid onzeker zijn. Als inflatie of lonen anders bewegen dan de kloof suggereert, kan de referentie verkeerd zijn geschat of kan een schok het verband hebben veranderd. {source:fedPowellMonetaryPolicyChangingEconomy2018}

8. Checklist voor het lezen van een schatting

Noteer bij een NAIRU- of niet-cyclische schatting eerst de publicerende instantie, de definitie en de tijdshorizon. Controleer of de gemeten werkloosheid U-3 is en of de kloof gemeten werkloosheid min referentie betekent, of andersom. Zoek naar onzekerheidsmarges, de publicatiedatum en eerdere herzieningen. Vergelijk de conclusie vervolgens met andere arbeidsmarkt- en prijsindicatoren.

De uitleg over de Phillips-curve behandelt het modelverband tussen inflatie, verwachtingen en ongebruikte capaciteit. De vergelijking van U-3 en U-6 legt de Amerikaanse meetdefinities uit. De Beveridge-curve zet vacatures af tegen werkloosheid en belicht het matchingproces. Geen van deze begrippen maakt een niet-waargenomen natuurlijke werkloosheid rechtstreeks meetbaar.

Veelgestelde vragen

Q1Zijn de NAIRU en de natuurlijke werkloosheid precies hetzelfde?

De termen worden soms door elkaar gebruikt, maar verschillen per model en tijdshorizon. Mishkin onderscheidt het niveau waarbij inflatie naar de langetermijnverwachting beweegt van het niveau waarbij inflatie niet omhoog of omlaag neigt. Schokken kunnen die twee uit elkaar trekken.

Q2Betekent de NAIRU dat de werkloosheid nul is?

Nee. Een baan zoeken, van baan wisselen en een geschikte werknemer aan een vacature koppelen kost tijd. Ook zonder recessie kan werkloosheid blijven bestaan. De NAIRU belooft niet dat iedereen meteen werk vindt.

Q3Betekent een negatieve kloof dat de inflatie zeker stijgt?

Nee. Volgens het teken in deze uitleg ligt de gemeten werkloosheid onder de gekozen schatting. Die schatting is onzeker en inflatie hangt ook af van verwachtingen, aanbodschokken en andere factoren.

Bronnen en verder lezen

Probleem melden

We bereiden een e-mail met de link naar dit artikel voor. Mark ontvangt je melding pas nadat je die verstuurt

Snelle check

De gids gelezen? Test jezelf met 3 vragen

Vraag 1 / 3

Vraag 01

Wat is de beste omschrijving van de NAIRU?

Kies een antwoord om de uitleg te zien

Optiewoordenlijst