De J-curve en de Marshall-Lerner-voorwaarde: waarom de handelsbalans eerst kan verslechteren
Lees waarom een depreciatie de importrekening kan verhogen voordat handelsvolumes zich aanpassen, wat de J-curve beschrijft en welke aannames bij de Marshall-Lerner-voorwaarde horen
In deze gidsBegin met de wisselkoersnotering en de gemeten balans
Korte samenvatting
Een zwakkere eigen valuta kan de importrekening verhogen voordat kopers hun bestellingen aanpassen of exporteurs meer kunnen leveren. Die timing kan een J-curve opleveren: een mogelijke aanvankelijke verslechtering, gevolgd door later herstel. De Marshall-Lerner-voorwaarde is een afzonderlijke toets, gebaseerd op aannames, voor de vraag of handelsvolumes voldoende op prijzen reageren. Geen van beide beschrijft een gegarandeerd verloop voor een bepaald land.
Begin met de wisselkoersnotering en de gemeten balans
Laat E het aantal eenheden eigen valuta H zijn dat nodig is om één eenheid vreemde valuta F te kopen.
Als E stijgt van 100 H/F naar 110 H/F, is de eigen valuta in waarde gedaald: voor dezelfde F is meer H nodig.
Bij de omgekeerde notering, F per H, daalt het getal juist.
Geef daarom eerst de richting van de notering aan voordat je zegt dat een valuta “stijgt” of “daalt”.
De handelsbalans is hier de exportwaarde min de importwaarde, gemeten in H over een bepaalde periode.
In een eenvoudig voorbeeld met goederen geldt B_H = exportontvangsten in H − importbetalingen in H.
Een gepubliceerde balans kan alleen goederen omvatten of goederen en diensten; controleer dus de definitie.
De handelsbalans is niet de volledige lopende rekening, die ook primaire inkomens en overdrachten omvat. {source:imfWeo2007ExchangeRatesExternalAdjustment}
Een balans in eigen valuta is een nominale waardemaatstaf.
Ze combineert prijzen en hoeveelheden nadat bedragen naar H zijn omgerekend.
Een balans in een andere valuta, een index van export- en importvolumes en een reële effectieve wisselkoers beantwoorden verschillende vragen.
Ruilvoet en handelsbalans legt uit waarom relatieve prijzen en geregistreerde handelswaarden uiteen kunnen lopen.
De J-curve beschrijft timing, geen voorwaarde
De J-curve is de naam voor één mogelijk tijdspad na een depreciatie.
Als de handelsbalans in eigen valuta eerst daalt en later stijgt, kan de grafiek op de letter J lijken.
De aanvankelijke daling kan optreden terwijl contractprijzen en bestelhoeveelheden traag veranderen; later herstel is mogelijk als relatieve prijzen kopers ertoe brengen minder te importeren en buitenlandse klanten meer export te kopen.
De vorm is geen wet, voorspelling of beleidsadvies.
Een depreciatie kan op korte termijn een ander verloop hebben, geen zichtbare J vormen of nooit tot herstel leiden.
De wisselkoers kan tegelijk bewegen met de binnenlandse of buitenlandse vraag, het aanbod, grondstofprijzen, financieringsvoorwaarden of andere schokken die de handel beïnvloeden.
Een waargenomen opeenvolging alleen toont niet aan dat de depreciatie die veranderingen heeft veroorzaakt. {source:imfWp16107ExternalAdjustmentOilExporters}
De Marshall-Lerner-voorwaarde stelt een andere vraag: zijn in een vereenvoudigd model de reacties van import- en exporthoeveelheden op relatieve prijzen sterk genoeg om het prijseffect op de handelsbalans in eigen valuta te compenseren?
Het is een elasticiteitsvoorwaarde, niet de naam van het tijdspad.
Een land kan aan een elasticiteitsvoorwaarde op lange termijn voldoen en toch eerst een verslechterende balans zien als hoeveelheden met vertraging reageren.
Waarom prijzen eerder kunnen bewegen dan hoeveelheden
Een wisselkoersverandering kan de prijs in H van een factuur in vreemde valuta meteen veranderen zodra die wordt omgerekend.
Maar goederen die al besteld of verzonden zijn, of waarvan prijzen en hoeveelheden contractueel vastliggen, kunnen niet direct opnieuw worden geprijsd of vervangen.
Importvolumes kunnen daarom ongeveer gelijk blijven terwijl het bedrag in H verandert.
Ook het exportvolume reageert niet onmiddellijk.
Buitenlandse afnemers moeten mogelijk een leverancier vinden, een contract opnieuw onderhandelen of hun productieplan aanpassen.
Exporteurs kunnen tegen capaciteitsgrenzen aanlopen of ingevoerde materialen gebruiken waarvan de kosten in H zijn gestegen.
Een gunstigere exportprijs levert niet meteen meer aanbod op.
Behar en Fouejieu beschrijven in hun werkdocument uit 2016 onmiddellijke prijseffecten en mogelijke vertraging bij volume-effecten. Hun studie richt zich op olie-exporteurs; de uitkomsten gelden dus niet automatisch voor elke economie. {source:imfWp16107ExternalAdjustmentOilExporters}
Een studie van de Federal Reserve vindt verschillen tussen de Verenigde Staten en Japan in de gevoeligheid van handelsstromen en in wisselkoersdoorwerking. {source:fedIfdp456ExchangeRatesPricesExternalAdjustmentUsJapan}
<!-- learn:figure -->

Een hypothetisch voorbeeld van een J-vormig verloop
De volgende getallen zijn verzonnen om de boekhouding te laten zien.
Het zijn geen waargenomen gegevens of voorspelling.
Neem aan dat H de eigen valuta is, F de vreemde valuta en E de notering H per F.
Neem ook aan dat de balans aanvankelijk nul is, exportprijzen vaststaan in H, importen in F worden gefactureerd en volledig naar H worden omgerekend, en hoeveelheden niet meteen veranderen.
Bij de startnotering van 100 H/F worden 100 exporteenheden verkocht voor H10 per stuk.
De exportontvangsten zijn H1.000.
Stel dat 100 importeenheden elk F0.10 kosten; bij E = 100 H/F is dat H10 per stuk en dus ook een importrekening van H1.000.
De handelsbalans in H is H0.
Nu stijgt E met 10% naar 110 H/F.
Houd in de eerste periode de aangenomen hoeveelheden gelijk.
De exportontvangsten blijven 100 × H10 = H1.000.
De factuur in vreemde valuta blijft F0.10 per eenheid, maar door omrekening stijgt de prijs in eigen valuta naar H11.
De importrekening wordt 100 × H11 = H1.100, zodat de balans daalt naar −H100.
Neem voor een afzonderlijk veronderstelde latere aanpassing 120 exporteenheden en 90 importeenheden, met de eenheidsprijzen in H nog steeds H10 en H11.
De exportontvangsten zijn H1.200 en de importrekening H990; de balans is dan +H210.
Het verloop H0 → −H100 → +H210 laat een mogelijke J-curve zien.
De uitkomst hangt af van de genoemde prijs- en volumeaannames; het is geen gebruikelijke of gegarandeerde reactie.
Een afzonderlijke berekening met onvolledige doorwerking
Het eerdere J-curvevoorbeeld nam aan dat omrekening van een factuur in vreemde valuta de prijs in H volledig veranderde.
Stel nu, uitsluitend ter illustratie, dat in de eerste periode slechts 40% van de wisselkoersverandering in de importprijs per eenheid terechtkomt.
De notering stijgt van 100 H/F naar 110 H/F, een toename van 10%, maar de importprijs van H10 weerspiegelt slechts 40% van die verandering.
In deze vereenvoudigde lineaire berekening wordt de importprijs H10 × (1 + 0,40 × 0,10) = H10.40.
Als de hoeveelheid op de aangenomen 100 eenheden blijft, bedraagt de importrekening H1.040 tegenover exportontvangsten van H1.000; de balans is dus −H40.
Die aanvankelijke daling is kleiner dan de −H100 in het voorbeeld met volledige omrekening.
De doorwerking van 40% is verzonnen voor deze berekening en geen waargenomen schatting.
Hier betekent doorwerking dat de wisselkoersverandering de grensprijs van importen bereikt; dit is niet hetzelfde als doorwerking van importkosten naar winkelprijzen of consumentenprijsinflatie.
Verschillende doorwerking verandert de relatieve prijzen waarmee kopers te maken hebben. Daarom kan de elasticiteitssom uit een model met volledige doorwerking niet op zichzelf de reactie van de handelsbalans bepalen. {source:imfWeo2007ExchangeRatesExternalAdjustment}
De traditionele Marshall-Lerner-uitkomst berust op beperkte aannames
In het traditionele vereenvoudigde geval is de handelsbalans aanvankelijk nul, worden wisselkoersveranderingen volledig doorgegeven aan importprijzen in eigen land en in het buitenland, en zijn elasticiteiten gebaseerd op relatieve prijzen.
Onder die aannames verbetert de nominale handelsbalans in eigen valuta na depreciatie als de absolute prijselasticiteit van de exportvraag plus die van de importvraag groter is dan één: |ε_X| + |ε_M| > 1.
De elasticiteiten geven aan hoe sterk export- en importhoeveelheden op relatieve prijzen reageren.
Bij onvolledige doorwerking volstaat de eenvoudige drempel met een som boven één niet: de relevante voorwaarde hangt ook af van hoe wisselkoersveranderingen import- en exportprijzen en de ruilvoet beïnvloeden. {source:imfWeo2007ExchangeRatesExternalAdjustment}
Die drempel is geen universele regel voor elke wisselkoersbeweging.
Als de handel begint met een tekort of overschot, zijn de beginwaarden van export en import niet gelijk en tellen de gewichten mee; de eenvoudige som-boven-één-toets is dan niet zelfstandig van toepassing.
Zelfs als aan de voorwaarde op lange termijn wordt voldaan, zegt ze niet hoeveel maanden of kwartalen de aanpassing van hoeveelheden duurt.
Het werkdocument van Behar en Fouejieu bespreekt de concurrerende prijs- en volume-effecten en merkt op dat empirische bevindingen over de J-curve tussen de besproken studies verschillen. {source:imfWp16107ExternalAdjustmentOilExporters}
Een elasticiteitssom lezen
Een prijselasticiteit beschrijft met hoeveel procent de gevraagde hoeveelheid reageert wanneer de prijs voor kopers met 1% verandert.
Als een prijsstijging de gevraagde hoeveelheid verlaagt, is de elasticiteit negatief; daarom telt de traditionele formule de absolute waarden op.
Een elasticiteit met een absolute waarde van 0,7 betekent dat een prijsdaling van 10% dicht bij het beginpunt overeenkomt met ongeveer 7% meer gevraagde hoeveelheid.
Dat is een lokale benadering; bij een grote prijsverandering hoeft de hoeveelheid niet precies in dezelfde verhouding te reageren.
Neem als verzonnen uitlegvoorbeeld een absolute prijselasticiteit van de exportvraag van 0,7 en van de importvraag van 0,6.
De som is 1,3, maar deze voorbeeldwaarden zijn geen waarnemingen en voorspellen geen verbetering voor een bepaald land.
Alleen samen met de traditionele aannames, waaronder een aanvankelijk gebalanceerde handelspositie en volledige doorwerking naar relevante importprijzen in eigen land en in het buitenland, kan een som boven één aan die uitkomst worden gekoppeld.
Elasticiteiten kunnen verschillen per productbereik en tijdshorizon.
Kopers hebben mogelijk weinig alternatieven zolang contracten vastliggen, maar reageren sterker zodra ze van leverancier of inkoopbron kunnen wisselen.
Een gemeten verandering in eenheidswaarde kan ook komen door een ander productaanbod in de handel, niet alleen door een prijsverandering van hetzelfde product.
Controleer de steekproef, periode en prijsdefinitie voordat je een geschatte elasticiteit als een vaste eigenschap van een land behandelt. {source:imfWeo2007ExchangeRatesExternalAdjustment}
Handelswaarden combineren prijzen en hoeveelheden
In een eenvoudige goederenrekening is de exportwaarde de eenheidsprijs in eigen valuta maal de exporthoeveelheid; de importwaarde wordt op dezelfde manier berekend.
Een verandering van de handelsbalans combineert dus veranderingen in export- en importprijzen met veranderingen in verhandelde hoeveelheden.
Stel, in een verzonnen voorbeeld, dat de importprijs per eenheid stijgt van H100 naar H104 terwijl de hoeveelheid daalt van 100 naar 98.
De nieuwe rekening is H104 × 98 = H10.192, oftewel 1,92% boven de vorige H10.000.
Dit rekensommetje laat zien hoe een hogere eenheidsprijs en een kleinere hoeveelheid elkaar deels kunnen compenseren; het schat geen werkelijke reactie van de vraag.
Na een wisselkoersverandering kan de importrekening minder stijgen als de hoeveelheid daalt, of kan de stijging later komen als de grensprijs vertraagd wordt aangepast.
Maak bij export onderscheid tussen de prijs voor buitenlandse kopers, de ontvangst omgerekend naar H en het aantal verkochte eenheden.
De exportontvangst in H kan door omrekening veranderen terwijl de verkoopprijs in vreemde valuta gelijk blijft; alleen de omzet laat dus niet zien hoe de buitenlandse vraag reageerde.
Deze vermenigvuldiging is een boekhoudkundige uitsplitsing, geen methode om oorzaken vast te stellen.
Vergelijk prijs- en volumemaatstaven met dezelfde valuta, productdekking en periode voordat je een verandering aan één van die onderdelen toeschrijft. {source:imfWeo2007ExchangeRatesExternalAdjustment}
Waarom de werkelijke reactie kan verschillen
Doorwerking en factureringsvaluta zijn van belang. Als exporteurs een prijs in vreemde valuta ongewijzigd laten, kunnen importprijzen in H met E stijgen.
Als prijzen vaststaan in de valuta van de koper of een leverancier een deel van de verandering in zijn marge opvangt, kan de lokale prijsreactie kleiner of vertraagd zijn.
Een ongewijzigde exportprijs in de valuta van de producent heet producentvalutaprijsvorming; een prijs die vaststaat in de valuta van de koper heet kopervalutaprijsvorming of lokale-valutaprijsvorming.
“De valuta is 10% gedeprecieerd” betekent dus niet dat elke import- en exportprijs precies 10% verandert. {source:imfWeo2007ExchangeRatesExternalAdjustment} {source:fedIfdp456ExchangeRatesPricesExternalAdjustmentUsJapan}
Ook huishoudinkomen en productiekosten spelen mee.
Een depreciatie kan de reële koopkracht van huishoudens verminderen doordat importen duurder worden. {source:imfWp16107ExternalAdjustmentOilExporters}
Exporteurs die ingevoerde brandstof, machines of onderdelen gebruiken, kunnen met hogere kosten te maken krijgen, waardoor zij de productie moeilijker kunnen uitbreiden. {source:imfWp16107ExternalAdjustmentOilExporters}
Een zwakke reactie van het exportaanbod kan het volume-effect uit een schoolboekvoorbeeld verhinderen. {source:imfWp16107ExternalAdjustmentOilExporters}
Begrotingsbeleid is een afzonderlijk kanaal: overheidsuitgaven kunnen ook importen en externe balansen beïnvloeden, vooral in olie-exporterende economieën.
Behar en Fouejieu analyseren dit begrotingskanaal afzonderlijk van de wisselkoersreactie. {source:imfWp16107ExternalAdjustmentOilExporters}
De uitgangspositie en productmix zijn eveneens belangrijk. Een land dat afhankelijk is van essentiële importen of weinig binnenlandse vervangers heeft, kan de importhoeveelheid misschien maar beperkt verlagen.
Een exporteur met onbenutte capaciteit kan de verkoop gemakkelijker uitbreiden dan een bedrijf dat bijna op volle capaciteit draait.
Grondstoffenprijzen, langlopende contracten en het aandeel goederen en diensten kunnen de gemeten handelsbalans veranderen.
Eén elasticiteitsgetal beslist niet elke situatie.
De reële effectieve wisselkoers is een naar handel gewogen maatstaf die voor relatieve prijzen wordt aangepast, geen bilaterale nominale notering.
Gebruik die maatstaf voor de vraag die ze beantwoordt en houd haar apart van de handelsbalans in eigen valuta.
De lopende rekening en de handelsbalans beschrijft de ruimere afbakening van de externe rekeningen.
NEER en REER legt de indexen voor effectieve wisselkoersen uit. {source:fedIfdp456ExchangeRatesPricesExternalAdjustmentUsJapan}
Prijs- en volumegegevens met verschillende vertragingen lezen
Zet eerst de datum van de wisselkoersverandering naast de perioden waarop de prijs- en handelsvolumestatistieken betrekking hebben.
Een index van grensprijzen voor importen die eerder beweegt dan import- of exportvolumes kan passen bij een mogelijk aanpassingspad, maar bewijst niet dat dit pad de verandering heeft veroorzaakt.
Maandelijkse wisselkoersen naast kwartaalgegevens over handel kunnen contractdata, verzendtijden of onderzoeksperioden op een economische vertraging laten lijken.
Controleer frequentie, verslagperiode, seizoencorrectie en productdekking, en vergelijk gelijksoortige gegevens.
Handelswaarden alleen scheiden prijs- en volume-effecten niet.
Bekijk waar mogelijk eenheidsprijzen van import en export in eigen valuta, volume-indexen, factureringsvaluta, dekking en latere herzieningen samen.
Eenheidswaarden kunnen veranderen doordat de mix van goederen verandert; ze zijn niet altijd zuivere prijzen voor een ongewijzigd product.
Een nominale balans en een volume-index kunnen verschillende kanten op bewegen zonder tegenstrijdig te zijn, als definities of waarnemingsdata uiteenlopen. {source:imfWp16107ExternalAdjustmentOilExporters} {source:fedIfdp456ExchangeRatesPricesExternalAdjustmentUsJapan}
Ook na controle van de volgorde in de tijd moet causaliteit afzonderlijk worden onderzocht.
Binnenlandse en buitenlandse vraag, grondstofkosten, financieringsvoorwaarden of andere schokken kunnen tegelijk met de wisselkoers veranderen.
Een J-vormige grafiek beschrijft een waargenomen opeenvolging; zonder vergelijking met een tegenfeitelijk scenario identificeert ze het effect van de wisselkoers niet.
Een bewering over depreciatie praktisch lezen
Bepaal eerst de wisselkoersnotering en de richting: betekent een hoger getal dat H sterker of zwakker is geworden?
Bepaal daarna de valuta, dekking en periode van de balans.
Een uitspraak over de waarde van goederenhandel in lokale valuta zegt niet automatisch iets over export- en importvolumes of de volledige lopende rekening.
Bekijk vervolgens prijzen en hoeveelheden afzonderlijk.
Let op de factureringsvaluta, de mate van wisselkoersdoorwerking, het moment van contracten, export- en importvolumes en eventuele ingevoerde productiemiddelen.
Onderscheid ten slotte een mogelijke J-curve op korte termijn van de aannames achter de Marshall-Lerner-voorwaarde.
Beschrijf de waargenomen gegevens en steekproefperiode; gebruik geen van beide begrippen als voorspelling van wat een toekomstige depreciatie zal doen.
Veelgestelde vragen
Q1Veroorzaakt een depreciatie altijd een J-curve?
Nee. De J-curve is een mogelijk patroon, geen vaste reactie. Als prijzen en hoeveelheden verschillend aanpassen, hoeft de handelsbalans niet eerst te verslechteren en later hoeft herstel ook niet op te treden. Andere veranderingen in vraag, aanbod en financiering kunnen het verloop beïnvloeden.
Q2Garandeert |ε_X| + |ε_M| > 1 dat de handelsbalans van een land verbetert?
Nee. Die bekende drempel hoort bij een vereenvoudigde Marshall-Lerner-opzet met een aanvankelijk gebalanceerde handelspositie en volledige doorwerking naar importprijzen in eigen land en in het buitenland. Onvolledige doorwerking, aanvankelijke tekorten of overschotten, inkomenseffecten en aanbodgrenzen kunnen de uitkomst veranderen.
Q3Is een zwakkere valuta automatisch goed voor exporteurs?
Nee. Een zwakkere valuta kan sommige exportprijzen concurrerender maken, maar exporteurs kunnen afhankelijk zijn van ingevoerde productiemiddelen, tegen capaciteitsgrenzen aanlopen of factureren in een valuta die bepaalt hoe prijzen kopers bereiken. Het effect hangt af van prijzen, kosten, hoeveelheden en timing.
Bronnen en verder lezen
Probleem melden
We bereiden een e-mail met de link naar dit artikel voor. Mark ontvangt je melding pas nadat je die verstuurt
Snelle check
De gids gelezen? Test jezelf met 3 vragen
Vraag 01
De wisselkoersnotering is eerst 100 eenheden eigen valuta per eenheid vreemde valuta en stijgt daarna naar 110. Wat gebeurde er met de eigen valuta?
Kies een antwoord om de uitleg te zien
Optiewoordenlijst
Heldere definities van belangrijke optiebegrippen, van calls, puts en optieketens tot IV, Greeks, open interest en max pain
Bekijk de optiewoordenlijst